Auto ongeluk:

Op dinsdag 13 februari 2007 vond omstreeks 15:40 uur een aanrijding plaats op de Nieuwe Daarlerveenseweg in Vriezenveen. De toen 19-jarige André de Raaf reed met zijn auto over de genoemde weg, komende uit de richting Vriezenveen. Uit de tegenovergestelde richting kwam een graafmachine die bestuurd werd door een toen 31-jarige man uit Wierden.

Uit de verklaring van een getuige en uit politieonderzoek is gebleken dat André 30 cm op de weghelft van zijn tegenligger kwam. Zijn auto botste tegen het linkervoorwiel van de graafmachine, dit zorgde ervoor dat zijn auto meerdere malen draaide over het wegdek. Hierna kwam hij tot stilstand in de berm tussen de weg en het fietspad.

De oorzaak van het ongeval is niet duidelijk, mogelijk is André weggezakt achter het stuur.

        

Door de aanrijding kwam André klem te zitten in zijn auto, de brandweer had maar liefst anderhalf uur nodig om hem te bevrijden. Met een gescheurde heup en een dubbele bovenbeenbreuk is André naar het Twenteborg ziekenhuis in Almelo gebracht. Naast deze pijn had André ook hartklachten, na onderzoek bleek het om een lichte hartafwijking te gaan, een afwijking die in zijn familie voorkomt.

Na lange weken in het ziekenhuis gelegen te hebben mocht André naar huis om daar aan te sterken. De eerste vier maanden lag hij plat op bed en zat hij in een rolstoel. Het halve jaar dat daar op volgde liep hij met krukken.

Door middel van de therapie die André kreeg werd hij steeds sterker in zijn benen. De gevolgen van het ongeluk waren bijna niet meer te zien. Af en toe had hij een misstapje of zakte hij door zijn been, maar het had veel erger gekund. Het leek de goede kant op te gaan met zijn gezondheid.

   

Op 29 september 2007 ging het helaas toch mis. André was met vrienden bij het mega piratenfestijn in Vroomshoop, waar hij halverwege de avond ineens wegzakte. Hij werd de tent uitgedragen en naar de EHBO gebracht. Er werd geconstateerd dat hij op dat moment een te laag suikergehalte had. Nadat hij diverse middelen had gekregen om zijn suikergehalte te verhogen mocht hij weer terug naar het feest. Enige minuten later was het weer raak en belandde hij voor de tweede keer bij de EHBO. Toen werd al snel een ambulance opgeroepen omdat er mogelijk meer aan de hand was. Tijdens de onderzoeken kreeg hij stuiptrekkingen en greep hij steeds naar zijn borst, men vermoedde daarom dat het ging om een vorm van een infarct of andere hartklachten. Hij werd 24 uur opgenomen op de hartbewaking van het streekziekenhuis Almelo.

   

Al gauw bleek dat André last had van epilepsie, hiervoor kreeg hij de nodige medicijnen. Op 13 januari 2008 was het helaas weer raak, hij werd tijdens het televisie kijken getroffen door een epileptische aanval die anderhalf uur duurde. Zijn ouders belden de huisartsenpost die vervolgens een ambulance stuurde. Hij kreeg diverse kalmeringsmiddelen en werd geholpen om veilig op zijn kamer te komen zodat hij rustig de nacht in kon.

Op dinsdag 31 januari 2008 begon André zoals elke dinsdag om 19.00 uur aan zijn live uitzending bij de lokale radio. Hij was nog maar een half uur bezig toen hij weer in elkaar zakte, het werd enkele minuten stil op de radio. Een collega zag het gebeuren en besloot gelijk 112 te bellen. Een ambulance was snel bij de studio aanwezig en de verpleegkundigen verleenden de nodige hulp. Sommige mensen hebben dit kunnen volgen via de live webcam op de website van de radio.

  

Er werd besloten dat André mee moest naar het streekziekenhuis Twenteborg in Almelo. Onderweg werd er voor de zekerheid nog een hartfilmpje gemaakt, omdat hij steeds naar zijn borst greep. Op dit filmpje was duidelijk een afwijking te zien, daarom werd besloten om André met spoed op te nemen op de hartbewaking van het ziekenhuis in Enschede. Achteraf bleek het mee te vallen en mocht hij gelukkig dezelfde nacht nog weer naar huis.

Voor de derde keer in drie weken tijd kreeg André weer een aanval, op zondagmorgen 3 februari in een kerkdienst. Ook na deze aanval werd besloten om hem per ambulance over te brengen naar het ziekenhuis in Almelo. Met de behandelende arts is overlegd en afgesproken dat André opgenomen werd in een speciaal epilepsie centrum. Men hoopte dat daardoor duidelijkheid zou komen en dat hij zijn oude leven weer kon oppakken.

Op 24 april 2008 werd hij opgenomen in het SEIN (Stichting Epilepsie Instellingen Nederland) in Zwolle. Hier moest hij acht weken verblijven en werd hij 24 uur per dag in observatie gehouden. Opvallend was dat hij hier ineens heel veel aanvallen kreeg, gemiddeld 3, maar soms zelfs 7 keer op een dag. Dit was veel te veel en er werden diverse onderzoeken gestart.

   

Tijdens dit verblijf was het niet altijd even makkelijk, er hingen overal camera’s die hem in de gaten hielden. Gek genoeg wende hij hier na een tijdje aan.

Na vier weken was het nog steeds onduidelijk wat de oorzaak was van zijn aanvallen. De dokter besloot om zijn medicatie af te bouwen, om te zien hoe zijn lichaam zou reageren. Tijdens het afbouwen bleek dat het eigenlijk steeds beter ging met André. Na een week gebruikte hij geen medicijnen meer en hij had al een dag geen aanval meer gehad. Ook de dag erna was hij aanval vrij en daarom mocht hij een dag naar huis om te zien hoe dit zou gaan. Dit verliep goed en daarom kreeg hij na zes lange weken eindelijk ontslag. Mogelijk had de dokter in het vorige ziekenhuis verkeerde medicatie gegeven bij een verkeerde diagnose. Tot op heden is dit niet goed uitgezocht of bevestigd.

André bleef nog steeds pijn hebben aan zijn linkerbeen. In 2008 leerde André een meisje kennen, Maret werd al snel zijn vriendin. Op een zondagmiddag reed André van Vroomshoop naar Enschede, waar zij woont. Onderweg kreeg hij enorm last van zijn been/heup. Op de snelweg tussen Almelo en Enschede was de pijn zo erg dat hij wegzakte en met zijn auto richting de berm en de vangrail reed. Een auto die achter hem reed en hem in wilde halen toeterde en knipperde met de lichten. André schrok erg en zag dat hij recht op de vangrail af ging. Hij heeft zijn auto aan de kant gezet en een stukje buiten in de wind gelopen. Toen hij bij zijn vriendin aankwam had hij er nog steeds erg veel last van en voor de zekerheid bleef hij in Enschede overnachten.

  

De dag erna ging hij naar het ziekenhuis. Hier werd besloten dat hij weer geopereerd moest worden. De pin die in zijn been zat leverde erg veel pijn op, maar had 2 jaar moeten blijven zitten. De operatie werd al snel gepland en op 4 februari 2009 vond in Almelo de operatie plaats. De operatie verliep goed en naar 2 dagen in het ziekenhuis te hebben gelegen mocht André weer naar huis. Thuis liep hij op krukken en naar 2 weken werden de 19 nietjes die als hechting in zijn been zaten verwijderd. 

Op dat moment waren de verwachtingen positief, hij zou na enkele weken zijn werk als kok en deejay weer op kunnen pakken. Helaas viel het tegen en bleef de pijn. Na nieuwe onderzoeken in juli 2009 bleek er verkalking te zijn op het botweefsel van zijn linkerbeen. Deze blijvende pijn is erg moeilijk in het dagelijks leven, ook zijn werksituatie lijdt eronder.

Gedurende deze tijd had André veel moeite met zijn geloof. Van jongs af aan ging hij al naar de baptisten gemeente. Op jonge leeftijd, 15 jaar, heeft hij zich laten dopen. Hij was er van overtuigd een kind van God te zijn. Dominee Stijkel zei na de doopbediening tegen André: ‘welkom in de strijd’. Deze woorden kwamen steeds terug, het ongeluk en de tijd daarna, dat was een echte strijd.

Echt geloven deed André in de eerste tijd na het ongeluk niet meer. God kreeg de schuld van het ongeluk. God is machtig en sterk, hij liet blinden zien en kreupelen lopen. Waarom moest ik het auto-ongeluk dan krijgen? Had God het niet kunnen voorkomen? Met deze vragen kreeg hij het steeds moeilijker.

Op een zondag was er een gezamenlijke maaltijd in de kerk. André zat nog steeds met zijn verhaal en kreeg geen hap door zijn keel. Hij wilde zijn moeiten met de gemeente delen. Bij de microfoon vertelde hij wat hem dwars zat en tranen liepen over zijn wangen. Een oudere vrouw die erg met hem begaan was stond op en zei dat ze hem zouden helpen. Het werd muisstil in de kerk en er werd samen gebeden. Dit gaf hem kracht, het ging steeds beter en André besefte dat God hem hielp.

Niet alleen met zijn geloof had hij moeite, ook de relaties met verschillende personen leden eronder. Het vertrouwen in mensen werd minder, pas in de lastige tijden zag hij welke mensen er echt om hem gaven.

 

Word vervolgt ....